startende ondernemeradministratiebelastingadviesstrategisch managementwerving & selectie
  actueel (pagina 2)
pagina 1pagina 2
  Aftrek ziektekosten gewijzigd
Met ingang van het jaar 2004 is de aftrek voor de inkomstenbelasting van uitgaven voor ziekte, bevalling, ouderdom of overlijden op belangrijke punten gewijzigd. Dit blijkt nog niet algemeen bekend te zijn. In het algemeen moet het gaan om uitgaven waarvoor u geen vergoeding krijgt van de verzekering of werkgever en waarvan het totaal uitkomt boven de drempel die geldt voor de ziektekostenregeling. Nieuw is dat er een onderscheid is gemaakt tussen algemene uitgaven, specifieke uitgaven en overige uitgaven. Met name voor de specifieke uitgaven vragen wij uw aandacht.

Algemene uitgaven zijn bijvoorbeeld de ziekenfondspremies en de premies voor de ziektekostenverzekering. Specifieke uitgaven zijn bijvoorbeeld voorgeschreven medicijnen, vaste aftrek huisapotheek, bepaalde uitgaven voor verzorging of verpleging, hulpmiddelen als brillen, contactlenzen, gehoorapparaten, kunstgebit, rolstoel, krukken, rollator, bepaalde aanpassingen aan een woning.

Het totaal van de specifieke uitgaven mag worden verhoogd met 65% daarvan als het (gezamelijke) verzamelinkomen niet hoger is dan € 29.543,--. Bent u nog geen 65 jaar en hebt u recht op vaste aftrek voor arbeidsongeschiktheid, terwijl u € 307,- uitgaf aan specifieke uitgaven, dan krijgt u een extra aftrekpost van € 776,--. Dit laatste geldt voor u zelf, uw partner en uw kinderen (jonger dan 27 jaar) voor zover per persoon meer is uitgegeven dan de € 307,--. Het is dus van groot belang de specifieke uitgaven voor ziektekosten goed per persoon bij te houden. Overige uitgaven zijn bijvoorbeeld uitgaven voor huisarts, tandarts, specialist, fysiotherapeut en verpleging in het ziekenhuis.

De wijziging is ingegaan in 2004 maar is ook van toepassing voor 2005 en latere jaren. Voor u en ons is van belang dat u aangeeft op welke persoon de uitgave betrekking heeft, omdat de extra aftrektpost per persoon geldt.

Pas op; de opsporingsambtenaren van de fiscus zijn gewapend
Opsporingsambtenaren van de fiscus kunnen voor hete vuren komen te staan. Het ministerie van Justitie heeft daarom besloten dat een aantal buitengewone opsporingsambtenaren van de belastingdienst/FIOD-ECD voortaan een busje pepperspray bij zich mogen dragen als ze op pad gaan. Deze ambtenaren mochten overigens al een vuurwapen dragen.

 
  Bezwaar niet automatisch uitstel van betaling
Maakt u zelf bezwaar tegen een aanslag dan is het volgende van belang. Als u na 1 januari 2005 een bezwaarschrift indient tegen een belastingaanslag en u wilt ook uitstel van betaling voor deze aanslag, dan moet u dit apart vragen in het bezwaarschrift! Bij dit verzoek om uistel van betaling moet u gemotiveerd aangeven met welk bedrag van de aanslag u het niet eens bent. Doet u dit niet, dan moet u het volledige bedrag van de aanslag gewoon op tijd betalen. (Ondanks het ingediende bezwaar.) Tot 1 januari 2005 werd een bezwaarschrift automatisch als een verzoek om uitstel van betaling beschouwd. Dit is dus met ingang van dit jaar veranderd.

Directeur grootaandeelhouder let op!
Veel ondernemers zijn enig aandeelhouder van een besloten vennootschap. Hierdoor moeten deze ondernemers veel overeenkomsten tussen hun alszijnde de directeur grootaandeelhouder (DGA) en de B.V. schriftelijk vastleggen.

B.V. 's met slechts één aandeelhouder zijn sinds 1992 wettelijk verplicht alle rechtshandelingen tussen de vennootschap en de aandeelhouder schriftelijk vast te leggen. Deze eis is ingegeven door de gedachte dat het gevaar bestaat dat de enig aandeelhouder rechtshandelingen verricht ten eigen bate en ten nadele van schuldeisers. Heeft een B.V. een directeur grootaandeelhouder, dan is deze als bestuurder immers bevoegd de B.V. te vertegenwoordigen. Doordat het één en dezelfde persoon, blijft schriftelijke vastlegging vaak achterwege. Denk bijvoorbeeld aan een leningovereenkomst, rekening courantovereenkomst, huurovereenkomst, arbeidsovereenkomst en dergelijke, maar ook als de DGA zijn kind in dienst neemt bij de B.V. Schriftelijke vastlegging is niet verplicht als rechtshandelingen behoren tot de gewone bedrijfsuitoefening.

Ontbreekt een schriftelijk stuk, dan is de rechtshandeling vernietigbaar. Dat wil zeggen dat deze gedurende drie jaar weer ongedaan kan worden gemaakt. Dit zal vooral voordoen in geval van faillissement. Ontdekt een faillissementscurator dat een schriftelijk stuk ontbreekt, dan zal hij de betreffende rechtshandeling ongedaan proberen te maken als dit voor de afwikkeling van het faillissement gunstiger is. Bedenk dat ook bij behoorlijk bestuur zich een faillissement buiten uw schuld kan voordoen. Dit kan vervelende gevolgen hebben zoals het terugbetalen van salaris (wanneer toekenning tantiéme niet schriftelijk is vastgelegd). of het moeten verlaten van de bedrijfswoning waarin u woont. (als de huurovereenkomst niet schriftelijk is vastgelegd). Recent heeft ons hoogste rechtscollege, de Hoge Raad, uitgemaakt dat een schriftelijk stuk nodig is en inmiddels heeft deze uitspraak navolging gekregen in uitspraken van lagere rechters.


 

De levensloopregeling!
Vanaf 1 januari 2006 is het kabinet van plan de levensloopregeling te introduceren. Met de levensloopregeling kunnen werknemers sparen om in de toekomst onbetaald verlof op te nemen. Het gespaarde bedrag kan worden opgenomen voor ouderschapsverlof, zorgverlof, voor scholing of een sabbatical. Ook mag u deze regeling gebruiken om eerder met pensioen te gaan. De regeling is bedoeld voor alle werknemers, dus ook voor directeur grootaandeelhouder. En dat is aantrekkelijk, indien de B.V. winst maakt.

Hoe werkt de regeling
De werknemer kan jaarlijks maximaal 12% van zijn brutoloon sparen voor onbetaald verlof. Met een maximum van 210% van het brutojaarsalaris. Voor werknemers die op 31 december 2005 al 51 jaar zijn maar nog geen 56 jaar geldt het jaarmaximum niet. Zij kunnen extra storten en in een kortere periode het absolute maximum van 210% realiseren. Voor werknemers die op 1 januari 2005 56 jaar of ouder zijn blijven de bestaande voordelen van vut- en prepensioenregelingen bestaan. De werkgever houdt een geldbedrag in op het brutosalaris. Over deze inhouding is de werknemer geen belasting verschuldigd. De werknemer is pas belasting verschuldigd op het moment dat het geld aan de werknemer beschikbaar wordt gesteld. De werkgever moet het bedrag op een speciale bankrekening storten. Hetzelfde principe als bij de spaarloonregeling. Zowel de werknemer als de werkgever kunnen tussentijds niet over het geld beschikken. Het gespaarde bedrag hoeft u niet als vermogen aan te geven in box 3 voor de belasting.

Het opnemen van het verlof
Als de werknemer met verlof wil kan hij zijn tegoed op de levensloopregeling opnemen. De werknemer hoeft geen specifieke reden te hebben om verlof op te nemen. De werknemer mag het verlof alleen opnemen in overleg met de werkgever. Het opnemen van het verlof loopt via de werkgever. De werkgever ontvangt het geld via de bank of verzekeringsmaatschappij. De werkgever houdt vervolgens loonbelasting in, en keert het nettobedrag uit aan de werknemer. Dit bedrag mag echter niet hoger zijn dan het loon voorafgaande aan het verlof.

Mogelijkheid voor de directeur grootaandeelhouder van een BV
De directeur grootaandeelhouder van een BV mag ook de levensloopregeling toepassen. Dit is aantrekkelijk indien de BV winst maakt. Het staat de DGA vrij om het salaris te verhogen en de salarisverhoging te sparen voor de levensloopregeling. Voordelen;

  • Het extra salaris is bij uw BV meteen aftrekbaar en het gespaarde levensloopgeld is bij u in privé pas later belast.
  • Ieder jaar dat u spaart, levert later € 183,-- heffingskorting op. Spaar dus ieder jaar, al is het maar € 1,--
  • Het gespaarde geld kan ook worden gebruikt voor extra pensioenpremie.
  • De salarisverhoging biedt mogelijkheden om extra pensioenrechten op te bouwen. De pensioengrondslag is immers verhoogd.

De fiscale aspecten op een rij

  • Er wordt geen belasting geheven over de gespaarde bedragen, niet bij inhouding en ook niet tijdens het sparen
  • Er wordt belasting geheven bij het opnemen van de gelden tijdens het levensloopverlof
  • Bij opname van het wettelijke toegestane ouderschapsverlof krijgen de ouders van de belastingdienst de helft van het miniumloon per opgenomen verlofuur uitbetaald. Dit is ongeveer € 625,-- per maand. Dit geldt alleen voor ouders die deelnemen aan de levensloopregeling.
  • Bij opname van het verlof mag u een extra heffingskorting van de belastingdienst over dat jaar in aftrek brengen, de levensloopverlofkorting. Deze heffingskorting bedraagt maximaal € 183,-- per jaar dat er gespaard is. Bij bijvoorbeeld vijf jaar sparen mag de belasting in het jaar van verlof worden verminderd met 5 x € 183,-- = € 915,--
  • Als het tegoed nog niet op is bij het met pensioen gaan, wordt het hele bedrag in één keer uitgekeerd en wordt daar loonbelasting over ingehouden. Het is niet verplicht om het geld eerder uit te laten keren, zoals bijvoorbeeld bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid.

Gevolgen werknemersverzekeringen
De premies werknemersverzekeringen (WAO, WW, ZFW) worden ingehouden over het gehele salaris (dus vóór reservering van het levenslooptegoed). Eventuele uitkeringen worden gebaseerd op het volledige salaris. Tijdens het verlof zijn over de opgenomen bedragen dus géén premies werknemersverzekeringen meer verschuldigd. Duurt het verlof niet meer dan 18 maanden, dan zijn er geen nadelige gevolgen voor de uitkeringsrechten. Een verlof dat langer dan 18 maanden duurt kan problemen opleveren, omdat mogelijk niet meer voldaan wordt aan de wekeneis voor een WW-uitkering, of omdat het dagloon wordt verlaagd. In 2006 wordt de Ziekenfondswet vervangen door de Zorgverzekeringswet. Onder deze wet zijn premies voor ziektekosten verschuldigd op het moment dat er loonheffing wordt ingehouden. In de spaarperiode zijn er dus geen premies verschuldigd over het gespaarde bedrag en in de uitkeringsfase daarentegen wél premies verschuldigd over de opgenomen bedragen. Bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid tijdens de verlofperiode moet de werknemer zijn verlof afmaken. Als het verlof ten einde is en de werknemer is nog steeds ziek, werkloos of arbeidsongeschikt, dan zal hij, indien het verlof niet langer heeft geduurd dan 18 maanden, terug kunnen vallen op de werknemersverzekeringen.



De Woz gewijzigd
De wet Waardering Onroerende Zaken is met ingang van 1 januari 2005 op enkele punten aangepast. De WOZ-beschikking is van belang voor het eigenwoningforfait van de eigen woning in de inkomstenbelasting, de onroerende zaakbelasting (OZB) en de waterschapsheffing.

Met een WOZ-beschikking wordt de waarde van de onroerende zaak vastgesteld op een bepaalde waardepeildatum. Deze waarde geldt dan voor enkele jaren, het WOZ-tijdvak. Tot nu toe was dit vierjaar. Om meer aan te sluiten bij de actuele waarde van de onroerende zaak is het de bedoeling dat het WOZ-tijdvak naar één jaar gaat. Met ingang van 2005 wordt als overgang het tijdvak teruggebracht van vier naar twee jaar. Voor de jaren 2005 en 2006 zal de waarde gelden van de peildatum 1 januari 2003. Vanaf 2007 zal een jaarlijkse waardering plaatsvinden.

Om veel bezwaar- en beroepschriften met relatief kleine belangen te voorkomen, is met ingang van 1 januari 2005 een nieuwe regeling ingevoerd. Deze komt erop neer dat bezwaar en beroep tegen de WOZ-beschikking niet meer mogelijk is als de afwijking minder bedraagt dan een bepaalde marge. De marge wordt zowel relatief als absoluut aangegeven en is afhankelijk van bepaalde waarde-klassen. Bedraagt de waarde minder dan € 200.000 dan is de marge 5 procent. Ligt de waarde van de onroerende zaak tussen € 200.000 en € 500.000 dan is de marge 4 procent maar tenminste € 10.000.

 

 

Boeterente liever niet financieren
De hypotheekrente is op dit moment historisch laag te noemen als gevolg waarvan velen besluiten om hun hypotheek over te sluiten. Het gevolg is vaak dat een forse boeterente moet worden betaald ten aanzien van de oude hypotheek. Stel dat de boeterente € 10.000,- bedraagt, dan is dit bedrag in zijn geheel aftrekbaar. Maar let op wanneer u de boeterente niet uit eigen middelen kunt betalen maar moet financieren. In dat geval is de rente over de financiering gedurende de gehele looptijd van de lening niet aftrekbaar. Zou u bijvoorbeeld voor een 1-jaar rentevastperiode 3,5% betalen, dan is per jaar € 350 niet aftrekbaar en dat gedurende de gehele looptijd.

 

Grijs kenteken auto: ondernemer of particulier?
Met ingang van 1 juli 2005 wijzigt de heffing van de motorrijtuigenbelasting (MRB) en de belasting van personen auto's en motorrijwielen (BPM) voor bestelauto's met grijskenteken. Particulieren zullen meer MRB gaan betalen voor hun bestelauto en bij de aanschaf van een nieuw geregistreerde bestelauto moeten zij ook de BPM betalen. Daarentegen geldt de verhoging van de MRB niet voor ondernemers en kunnen zij de BPM over een nieuwe bestelauto terugkrijgen. De belastingdienst stuurt in mei of juni een brief naar alle geregistreerden van een bestelauto. Heeft u een bestelauto, dan heeft u deze brief wellicht al ontvangen. Als houder van die bestelauto moet u er goed op letten dat de belastingdienst u in de juiste categorie heeft ingedeeld: ondernemer of particulier. Om in aanmerking te komen voor de regeling voor ondernemers gelden voor de houder van de grijskentenhouder drie voorwaarden:

  • U bent ondernemer voor de omzetbelasting (ondernemer voor de omzetbelasting is ieder die een bedrijf exploiteert of een beroep uitoefent. Hierbij is niet van belang dat de ondernemer wellicht alleen maar of grotendeels voor de omzetbelasting vrijgestelde prestaties verricht, bijvoorbeeld de huisarts of de landbouwer die niet meedoet met de BTW, maar met de landbouwregeling. Ook deze ondernemers komen in aanmerking voor de gunstiger regeling.)
  • Uw bestelauto staat op uw naam geregistreerd of op naam van de rechtspersoon van uw bedrijf (Ten aanzien van de registratie is al een probleem gesignaleerd. De bestelauto staat bijvoorbeeld op de balans van de BV en wordt ook door de BV gebruikt, terwijl de bestelauto op naam staat van de aandeelhouder zelf of zijn echtgenote. Niet in alle situaties is de aandeelhouder ondernemer voor de OB, en zijn echtgenote al helemaal niet. Ook bij een maatschap of vennootschap onder firma kan zich een probleem voordoen. In de meeste gevallen is alleen de maatschap of firma de ondernemer voor de omzetbelasting terwijl de maat of vennoot dit juist niet is. Het kentekenbewijs van de auto staat daarentegen meestal op de persoon van de maat of vennoot geregistreerd. Soms staat de auto geregistreerd op naam van de echtgenote van de maat of vennoot. Het is zaak dat de belastingdienst nu de juiste koppeling legt tussen de ondernemer voor de OB en de registratie van de bestelauto.)
  • U gebruikt de bestelauto meer dan bijkomstig voor uw onderneming. (Onder meer dan bijkomstig wordt verstaan meer dan 10% van uw jaarlijks verreden kilometers)

 


Bedrijfsleven loopt jaarlijks miljarden mis
Vorig jaar liep het bedrijfsleven het niet geringe bedrag van € 10 miljard aan niet betaalde rekeningen mis, zo blijkt uit een onderzoek van incasso-bureau Intrum Justitia. In 2003 wachtten bedrijven 40 dagen op hun geld en dit aantal steeg vorig jaar naar bijna 42 dagen. Nederlanders betalen traag in vergelijking met anderen Europeanen. We bevinden ons in de achterhoede van de middenmoot. De openstaande rekeningen zijn in ons groter en staan ook alnger open. Zo’n 51,5% van de rekeningen werd binnen 30 dagen betaald, het gemiddelde van de in Nederland afgesproken betalingstermijn. In Finland ontvangen bedrijven het snelst hun geld, gevolgd door Zweden en Denemarken. Hekkensluiter is Griekenland.
 
 
Alle Rechten Voorbehouden © Westra Financiële Diensten • WowyMedia